Verloskundige Echoscreening Zevenaar      0316-712022


foto 1/20

foto 2/20

foto 3/20

foto 4/20

foto 5/20

foto 6/20

foto 7/20

foto 8/20

foto 9/20

foto 10/20

foto 11/20

foto 12/20

foto 13/20

foto 14/20

foto 15/20

foto 16/20

foto 17/20

foto 18/20

foto 19/20

foto 20/20

13 Weken echo

In het begin van de zwangerschap kan er bij de 13 weken echo gekeken worden naar de foetus. Op deze manier kunnen er in een vroeg stadium mogelijk ernstige aangeboren afwijkingen bij de baby opgespoord worden.

Net als bij de 20 weken echo wordt er stap voor stap naar de foetus gekeken. Er wordt o.a. gekeken naar:
Diaserie start

  • de groei (hoofd, buik, been en kruin/stuitlengte)
  • vorm van de schedel en buik, zijn deze gesloten
  • profiel en nekplooi*
  • zien we een maag- en blaasvulling (grootte van de blaas)
  • armen en benen, stand van handen en voeten
  • rug
  • hart

*Nekplooimeting
De nekplooi is vocht net achter de huid bij de nek van de baby en is bij alle baby's tot zeker 14 weken aanwezig. Indien de nekplooi verdikt is (vanaf 3,5mm) bestaat er een verhoogde kans op een kindje met een ernstige afwijking. Dit kan een syndroom zijn maar bijvoorbeeld ook een ernstige hartafwijking of andere afwijkingen.

Verschillen met 20 weken echo
Er zijn een aantal verschillen met de 20 weken echo:
  • De foetus is een stuk kleiner (ter grootte van een appel en bij de 20 weken echo ter grootte van een banaan).
    Bij de 20 weken echo kan meer in detail worden gekeken.
  • Het geslacht mag niet verteld worden, bij de 20 weken echo wel.
  • Bij de 13 weken echo kan het zijn dat niet alles goed vastgelegd kan worden. Constateren we verder niets bijzonders, dan kijken we bij de 20 weken echo opnieuw. Bij de 20 weken echo zijn een aantal "plaatjes" verplicht.

Als er bij de 13 weken echo een afwijking wordt gevonden, mag er verder onderzoek gedaan worden zoals een uitgebreide echo en eventueel een vlokkentest of vruchtwaterpunctie.
De NIPT mag in deze gevallen niet meer worden gedaan, omdat de NIPT te beperkt is in wat er opgespoord kan worden.
Meer informatie over vervolgonderzoek vindt u op pns.nl.

Syndroom van Down

Het syndroom van Down is een aangeboren afwijking. Het uit zich in een verstandelijke beperking en typerende uiterlijke kenmerken en bepaalde medische problemen (bijvoorbeeld een hartafwijking).

Het Down Syndroom wordt veroorzaakt door een extra chromosoom 21. Vroeger werd in de wetenschap gesproken over mongoloïde idiotie of mongolisme. Deze term wordt tegenwoordig niet meer gebruikt. Mensen met het syndroom van Down worden soms nog wel aangeduid met "mongool" hoewel het syndroom niets met mongolen te maken heeft.
Klik hier voor meer informatie over Syndroom van Down.

Syndroom van Patau

Het syndroom van Patau ofwel trisomie 13.
Bij dit syndroom is er een extra chromosoom 13 aanwezig. Het is een ernstige chromosomale aandoening met vaak overlijden voor de geboorte. Van diegenen die wel levend ter wereld komen, komt 82-85% in de eerste maand te overlijden, 85-90% wordt niet ouder dan een jaar.

Er zijn slechts vijf gevallen in de medische literatuur beschreven van patiënten met het syndroom van Patau die ouder werden dan tien jaar.
Typische kenmerken van deze aandoeningen zijn:

Syndroom van Edwards

Het syndroom van Edwards, ofwel trisomie 18, is een ernstige chromosomale aandoening.
Bij dit syndroom is er een extra chromosoom 18 aanwezig.
Door de ernstige aangeboren afwijkingen komen deze kinderen vaak net na de geboorte te overlijden. 90% van de kinderen overlijden het eerste levensjaar. Niet meer dan 1% haalt de 10 jaar.
Typische kenmerken van deze aandoeningen zijn: